
Opleiding: Architectuur (master)
Leerdoel
100% ontwerpopleiding
Een groot deel van de bouwtechnische kennis waarover u als architect moet beschikken, hebt u al in de vooropleiding verkregen. Tijdens de master leert u die kennis in te zetten in de complexe activiteit van het ontwerpen. Leren ontwerpen staat daarom centraal tijdens de opleiding. U brengt bijna tweederde van uw studietijd door in ontwerpateliers (zie Ateliers).
De master is sterk met de praktijk verweven. U combineert het studeren aan de academie met uw werk bij een architectenbureau. Deze formule wordt concurrency-onderwijs genoemd. Het zijn twee relatief zelfstandige, maar nauw samenhangende delen van de opleiding. Het studiedeel is met name gericht op het verwerven van vakkennis en ontwerpvaardigheid. Het praktijkdeel draagt bij aan de professionele vorming. Juist door deze wisselwerking tussen studie en werk leert u veel en snel.
Doel
Leren architectonisch ontwerpen en het gehele proces van ontwerpen en bouwen kennen en kunnen begeleiden.
Na het volgen van de master:
- kunt u ontwerpen én kent het gehele bouwproces;
- kent u de juridische, sociale, economische en organisatorische grondslagen van het vak;
- kunt u omgaan met collega’s, aannemers, bouwvakkers, toeleveranciers, technische adviseurs, ambtenaren van gemeentelijke diensten, opdrachtgevers en gebruikers.
Doelgroep
Afgestudeerden van een bouwkundige of interieuropleiding die zich verder willen ontwikkelen tot zelfstandig architect.
Programma
Het studieprogramma op de Academie is opgedeeld in drie periodes:
Het 1e jaar heeft een oriënterend karakter. U komt in aanraking met de verschillende aspecten van het vak. Het ontwikkelen van het creatieve vermogen en analytisch denken staat centraal maar gaat hand in hand met de verwerving en ontwikkeling van de nodige disciplinaire kennis en vaardigheden.
In het 2e en 3e jaar gaat het om het verder verbreden en vervolgens verdiepen van uw kennis van de architectuur en andere relevante vakgebieden. Geleidelijk wordt u gestimuleerd om uw eigen opvattingen te ontwikkelen en na te denken hoe u zich als architect in de beroepspraktijk wilt manifesteren.
In het 4e en afstudeerjaar laat u door middel van een individueel ontwerp zien dat u als zelfstandig ontwerper kunt functioneren. Zowel de opgave, de ontwerpbenadering en de werkwijze kunt u grotendeels naar eigen inzicht invullen. U kiest een mentor en zorgt zelf voor planning en organisatie van uw afstudeerproject. De eindpresentatie en dus het voltooien van uw afstudeerproject, geldt als het behalen van de Meesterproef.
Inhoud
Het onderwijs van de master Architectuur bestaat uit drie belangrijke uitgangspunten: Ontwerpen, Theorie en Praktijk.
Ontwerpen
De ateliers zijn de basis van het onderwijs aan de Academie van Bouwkunst. Dit zijn in de praktijk gewortelde, begeleide ontwerpopgaven over een langere periode, waarin alle facetten van het ontwerpen aan bod komen. De ateliers sluiten steeds aan bij de actualiteit en wisselen daarom per semester van onderwerp, inhoud en docent. Naast ontwerpvaardigheden komen ook onderzoek, theorie en verschillende mogelijke werkwijzen aan bod.
Theorie
De theorie krijgt u aangereikt tijdens colleges, atelierondersteunende laboratoria en laboratoria algemene vaardigheden. Naast kennisverwerving staat tijdens de colleges ook centraal het leren toepassen van die kennis in het ontwerpproces en concrete praktijksituaties. Het gaat tenslotte om het op gang brengen van het architectonisch denken, wat uiteindelijk moet leiden tot uw eigen plaatsbepaling ten opzichte van vak, praktijk en maatschappij. Het collegeprogramma is opgedeeld in vijf inhoudelijke clusters: ontwerp en geschiedenis, ontwerp en maatschappij, ontwerp en idee, ontwerp en beroep, en ontwerp en actualiteit.
De atelierondersteunende laboratoria (AOL) zijn complementair aan de ateliers en richten zich op de elementaire vaardigheden en kennis rondom het ontwerpen. Onderwerpen zijn bijvoorbeeld vaardigheden voor analyse en onderzoek, inpassen van constructies of het uitwerken van de detaillering.
Tijdens de laboratoria algemene vaardigheden (LAV) werkt u aan vaardigheden als uw positie in het vak bepalen en communiceren over uw eigen werk.
Praktijk
Een voorwaarde om aan de Academie van Bouwkunst te studeren is dat u daarnaast werkt op een voor de opleiding relevante werkplek. Meestal is dat een architectenbureau. Het belang van de praktijk blijkt uit het feit dat u er de helft van de jaarlijkse studiepunten behaalt. U werkt minimaal 20, maximaal 32 uur per week. Van uw werkplek verwachten wij:
- dat er ontwerpen worden gemaakt en gerealiseerd;
- er sprake is van een stimulerende en uitdagende werkomgeving;
- er vakliteratuur, documentatie over regelgeving en materialen aanwezig is, en de mogelijkheid tot discussie over het vak met collega’s, etcetera.
Toelatingseisen
- Afgestudeerden TU en hbo Bouwkunde/architectuur: rechtstreeks toegang.
- Afgestudeerden Bouwkunde/algemeen: + een jaar relevante werkervaring, een positief beoordeeld portfolio en een positief toelatingsgesprek.
- Afgestudeerden van een Academie van Beeldende Kunst (opleiding interieurarchitectuur): + een positief afgeronde Technische cursus.
- Buitenlandse opleidingen worden aan de toelatingseisen getoetst via het Nuffic. Iedere student wordt geacht de Nederlandse taal voldoende en actief te beheersen om het onderwijs te kunnen volgen.
