De financiële wereld staat op zijn kop
| Auteur | Drs. C. Horden |
| Functie | Directeur |
| Organisatie | Bureau Kees Horden B.V. |
Wat is er toch gaande in de grote beursgenoteerde bedrijven van deze wereld? We worden geconfronteerd met grote (financiële) problemen binnen deze bedrijven. En niet alleen in Amerika, waar Worldcom in het nieuws kwam, maar ook dicht bij huis zien we problemen. In Nederland is Ahold duidelijk in de publieke belangstelling. Het ziet er naar uit dat Ahold de problemen zal overleven.

"De missers van gisteren vormen het werk voor vandaag. De grotere organisaties moeten zich meer gaan richten op (financiële) scholing van hun managers."
Toch is er niet nieuws onder de zon. In ons recente verleden zijn bedrijven, en ook grote jongens, failliet gegaan en neemt de hoeveelheid faillissementen in deze economisch slechte tijden toe. Het is wel opmerkelijk dat het juist binnen grote, internationaal georiënteerde bedrijven vaak draait om problemen met hun financiÎle verantwoording. Hoe dodelijk dit kan zijn bewezen het Belgische bedrijf Lernout & Hauspie en het Nederlandse bedrijf BAAN. Beide gingen 'kopje onder' nadat er twijfels waren over de verantwoording van hun cijfers. Opvallend bij alle ontwikkelingen is de rol van de accountant. In hoeverre is hun rol van 'consultant' en 'creatief meedenker' nog te combineren met hun rol als onafhankelijk controleur van de boeken? Feit is dat, indien het mis gaat, de consequenties ook voor de accountants groot zijn. De accountants van Worldcom hebben in Amerika geen werk meer en vele andere wacht een grote financiële claim.
Globalisering van beursgenoteerde bedrijven draagt zeker bij tot het probleem. Immers, de plaatselijke cultuur en financiële omgangsvormen zijn onbekend en als bedrijf is men afhankelijk van de integriteit van de lokale medewerkers. Het in de hand houden van deze problemen wordt weer tegengewerkt door de verschillen in denken en presenteren van financiële cijfers. Een jaarverslag, opgesteld volgens de Nederlandse wetgeving kan anders zijn dan het jaarverslag in de Verenigde Staten. De IFRS komt aan dit probleem tegemoet.
In Nederland was de commissie Tabaksblat bezig met een code voor Corporate Governance. De toepassing van deze code leidt tot versterking van de positie van aandeelhouders en van commissarissen. In wetgeving moet dan worden vastgesteld dat bedrijven die de code niet toepassen in hun jaarverslag moeten uitleggen waarom de code niet is toegepast.
De code is te vinden bij het Nivra: www.nivra.nl/download/code_corporate_ governance.pdf.
International Financial Reporting Standards
Deze zijn van toepassing op de beursgenoteerde bedrijven in de EU en is per 2005 van kracht. Het resultaat is de IAS (International Accounting Standards). De bedoeling is uiteraard dat deze in de locale wetgeving worden verankerd. Een overzicht van de IFRS standaarden en een vergelijk met de Nederlandse wetgeving is te vinden bij Ernst & Young: www.ey.nl/?pag=2101.
In de Verenigde Staten van Amerika gaat het nog verder. De Sarbanes-Oxley Act van 2002 (www.sarbanes-oxley.com) is bedoeld om de bedrijfsvoering ten aanzien van het beheer van de financiën te verbeteren en ter bescherming van de investeerders. Daar waar in Europa wordt gesproken over de presentatie van de (periode) cijfers wordt in de USA gesproken over de bedrijfsvoering. Managers kunnen zich in de toekomst niet meer verschuilen achter de kreet 'Ik wist het niet, financieel management is niet mijn vakgebied'. Werk aan de winkel dus voor trainingsinstituten, die managers de basisbeginselen van het financieel management moeten bijbrengen.
Wat heeft dit nu tot gevolg? Een globale oplossing in de vorm van wetgeving komt er niet. Daarvoor verschillen de wegen tussen de USA en Europa te veel. Nederlandse beursgenoteerde bedrijven, met (dochter) ondernemingen in Amerika dienen wel veel werk te verzetten. Zowel de commissie Tabaksblat, als de IFRS, als de Sarbanes-Oxley act zullen ingrijpen in de interne bedrijfsprocessen. De wereldwijd opererende organisaties komen daardoor langzaam in beweging.
Voor trainingsinstituten als Bureau Kees Horden B.V., gespecialiseerd in financieel management trainingen, betekent dit ongetwijfeld werk. Alleen het werkterrein zal gaan veranderen. Niet alleen lokaal dienen programma’s te worden aangeboden, maar er moet meer aandacht worden besteed aan wereld omvattende trainingen. Hierbij is e-learning een speerpunt: voorbereiding vanaf de werkplek is een voorwaarde om concurrerend te kunnen optreden. Voor de docent is beheersing van technisch Engels een andere voorwaarde.
Het belangrijkst voor de trainingsinstituten is de verandering van hun positie. Naast het leveren van docenten wordt een inhoudelijke bijdrage verwacht naar de stroomlijning van trainingen, afstemming van en op procedures en de bereidheid van de docenten tot reizen. Zou in de kielzog van de globalisering van de grote ondernemingen het nu de beurt zijn voor trainingsinstituten om wereldwijd door te breken?
Voor meer informatie
Bureau Kees Horden
