Delen op facebook

Financiën, opleidingen en kabinetsbeleid - Kennelijk krijgen sommige hogescholen al jaren teveel geld van de overheid

Auteur Frank Bakker
Organisatie Markus Verbeek Praehep

Het nieuwe kabinet is uitzonderlijk actief op het gebied van onderwijs. Collegegelden, vergoedingen aan speciaal onderwijs, hogescholen en universiteiten, boetes voor langstudeerders, geen enkel onderwerp blijft onbesproken en onberoerd. Onmiddellijk zijn er de nodige Pavlov-reacties geweest van studenten en bestuurders in met name het hoger onderwijs. In niet bepaald zakelijke bewoordingen wordt de afkeer van de bezuinigingsplannen getoond met het aloude adagium dat de kwaliteit van het onderwijs te grabbel zou worden gegooid.

 

Als je echter wat meer afstand durft te nemen, je verdiept in de problematiek en een echte analyse durft te maken, blijken er wel degelijk bezuinigingsmogelijkheden te zijn die de kwaliteit van het onderwijs zelfs zullen verhogen. Dit blijken zelfs de door de overheid bekostigde universiteiten zichzelf te realiseren gezien het standpunt dat wordt ingenomen ten aanzien van de bewegingen richting een beperktere toelating en een selectie aan de poort.

 

De onderwijsmarkt hoger onderwijs

Deeltijd en voltijd

Als we de onderwijsmarkt in zijn geheel bekijken dan is er een duidelijk verschil tussen kandidaten die een voltijdopleiding volgen en zij die deeltijdopleidingen volgen. Bij de eerste groep gaat het in de regel om jongeren die 5 dagen per week naar school gaan dan wel stage lopen. De deeltijdstudenten studeren vaak naast hun baan. Vanwege de balans tussen privé, werk en studie doen zij ondanks de praktijkervaring gemiddeld iets langer over de opleiding dan voltijdstudenten. Helaas wordt dit onderscheid niet altijd goed voor ogen gehouden bij de beleidsmaatregelen die de overheid neemt, al lijkt het erop dat hier langzaam verbetering in optreedt.

 

Door de overheid bekostigd onderwijs en aangewezen instellingen

Traditioneel is het zo dat de markt voor voltijdonderwijs wordt beheerst door de door de overheid bekostigde hogescholen. De deeltijdmarkt is daarentegen het terrein van de private opleiders. Prof. dr. Barbara Baarsma, bijzonder hoogleraar Marketing- en mededingingseconomie aan de Universiteit van Amsterdam en directeur van SEO Economisch Onderzoek, geeft in haar rapport “Vouchers voor Vaardigheden”, waarin een pleidooi wordt gehouden voor vraaggestuurde financiering van postinitieel onderwijs, aan dat 84% van de mensen tussen 15 en 64 jaar die deelnemen aan postintieel onderwijs dat doet bij een private niet-bekostigde instelling. Zowel de bekostigde als de niet-bekostigde hogescholen en universiteiten verzorgen hbo- en masteropleidingen, maar ook posthbo- en post-masteropleidingen.

  • Studenten aan bekostigde instellingen zoals hogeschool Avans, Windesheim, Inholland, Hogeschool van Amsterdam, etc. betalen collegegeld voor deeltijdopleidingen, een bedrag van ca. € 1.300 per jaar. Daarnaast ontvangt de hogeschool een bedrag van ca. € 5.500 per student per jaar van de overheid, afhankelijk van de studierichting waar het om gaat.
  • Studenten aan private instellingen, zoals Markus Verbeek Praehep, ISBW, NTI, LOI, etc. betalen geen collegegeld, maar de prijs van de opleiding aan het betreffende instituut. Het instituut krijgt geen enkele financiële vergoeding per student van de overheid. Een bijzonder ongelijke verdeling omdat deze instituten vrijwel aan dezelfde eisen moeten voldoen als de bekostigde instituten. Kennelijk zijn de private instellingen beter in staat de markt te bedienen omdat zij ondanks de afwezigheid van overheidssteun 84% van de markt bedienen.

 

Prof. dr. Barbara Baarsma stelt dit in haar onderzoek aan de kaart en pleit voor de invoering van een vouchersysteem waarbij de  financiering niet meer naar de scholen gaat, maar via ‘tegoedbonnen’ naar de student. Vervolgens kan de student zelf kiezen waar hij of zij wil gaan studeren en de overheidsfinanciering achter laat. Op deze wijze ontstaat een level-playing-field.

 

Voor de duidelijkheid: Voor post-hbo-opleidingen, zoals post-hbo Administrateur Controller en post-masteropleidingen zoals de opleiding tot Register Accountant, betaalt u geen collegegeld, niet bij het bekostigd, maar ook niet bij het onbekostigd onderwijs. De term ‘bekostigd’ is hier zelfs ongelukkig gekozen omdat de bekostigde instellingen voor kandidaten die deze studies volgen geen vergoeding per student van de overheid ontvangen. Deze opleidingen worden, om de noodzakelijke scheiding tussen private en overheidsgelden aan te brengen, ondergebracht in een aparte ‘contractpoot’ van de betreffende bekostigde instelling.

 

Collegegeld en Instituutscollegegeld

Eén van de bezuinigingsmaatregelen die is genomen is de instelling van het instituutscollegegeld. Een tweede bachelor- of masteropleiding wordt niet meer door de overheid bekostigd. Hiervoor ontvangt de betreffende bekostigde hogeschool dus geen geld meer van de overheid. Dat betekent dat deze hogeschool een ‘echte’ kostprijs moet gaan berekenen richting haar studenten. Daarmee verkeren ze in dezelfde positie als de private opleiders.

 

Een eenvoudig praktijkvoorbeeld schetst de gevolgen. Een student die AA-accountant wil worden volgt eerst een hbo Accountancy opleiding en daarna het post-hbo-deel van de AA-opleiding. Het eerste deel kan, afhankelijk van de situatie, bekostigd worden door de overheid, het tweede, post-hbodeel niet. Nu is het echter zo dat 50% van de AA accountants een HEAO BE opleiding hebben als vooropleiding. Als zij na hun HEAO BE de AA opleiding willen starten, lopen ze tegen het probleem aan dat zij bepaalde deficiënties hebben, zeg maar gaten in hun opleidingsprofiel. Die 'gaten' moeten eerst opgevuld worden door een aantal modules uit de hbo Accountancyopleiding te volgen. Daarmee volgen zij een (deel van) een TWEEDE bacheloropleiding waarvoor de hogeschool geen bekostigingsgeld ontvangt door de overheid. Gevolg: “Er moet instituutscollegegeld in rekening worden gebracht”.

 

Na onderzoek onder 3 hogescholen blijkt dit instituutscollegegeld te liggen tussen de € 6.000 en de € 7.000. Plotseling zijn de private opleiders nu veel voordeliger. Daarbent u ongeveer klaar met de helft van dit bedrag. Je zou zeggen dat hiermee wordt aangetoond dat op deze particuliere instituten efficiënter wordt gewerkt.

 

Als tegenargument zou kunnen worden aangevoerd dat de kwaliteit wel eens minder zou kunnen zijn, maar ook dat blijkt zeker niet het geval. Zo werd particulier opleider Markus Verbeek Praehep tot twee maal toe door studenten verkozen als beste hogeschool voor accountancy, uitgaande van de resultaten van de nationale  studentenenquête van studiekeuze123. Ook het marktaandeel van de private partijen (84%) in het deeltijdonderwijs geeft de indicatie dat het dik in orde is met de kwaliteit.

 

Case: De hogescholen krijgen teveel geld van de overheid

De maatregel zoals hierboven omschreven blijkt ook een bijzondere vreemde uitwerking te hebben. Er zijn hogescholen die het instituutscollegegeld op een zodanige  hoogte hebben gezet dat hieruit blijkt dat men jaren teveel geld heeft gehad. Zo stuitte ik op de website van de Hanzehogeschool waarop aangegeven werd dat het instituutscollegegeld bij deze hogeschool € 5.000 zou bedragen. Nu sta ik open voor kritiek op mijn opvatting, maar tot nu toe heb ik nog geen valide argumenten gehoord waarom de onderstaande redenering niet zou opgaan. Probeert u mij te volgen.

 

Voordat het instituutscollegegeld werd ingevoerd ontving de hogeschool ca. € 5.500 per student per jaar van de overheid en € 1.300 collegegeld per jaar van de student.  Samen is dit dus € 6.800 per jaar. Door de instelling van het instituutscollegelid vervalt deze € 6.800 en moet de school een eigen prijs in rekening brengen. Dat blijkt nu € 5.000 per jaar te zijn.

 

Mijn conclusie: Deze hogeschool heeft jaren teveel geld gehad. Kennelijk is men in staat om het product voor € 5.000 per jaar te leveren in plaats van voor € 6.800 per jaar.

 

Miljoenen bezuinigingen voor het oprapen

Uitgaande van het genoemde voorbeeld zou je zelfs kunnen stellen dat alle hogescholen dan toch in staat moeten zijn om de producten voor € 5.000 per jaar te leveren. Het advies van mijn kant zou dan ook zijn om de overheidsbijdrage te verlagen van € 5.500 naar € 3.700 per jaar. Samen met het collegegeld van € 1.300 komt de hogeschool dan aan de genoemde € 5.000 per jaar die men denkt nodig te hebben. Uitgaande van een aantal deeltijd hbo-studenten van 50.000 – 60.000 (bron Scienceguide.nl), levert dit een bezuiniging op van € 90 miljoen - € 108 miljoen.

 

Persoonlijk zou ik nog wat verder willen gaan. Schaf de bekostiging van het deeltijdonderwijs volledig af. Daarmee ontstaat een level-playing-field met private partijen en wordt eveneens een bezuiniging gerealiseerd van € 275 miljoen tot € 330 miljoen. Ik ben van mening dat dit beter gebruikt kan worden voor het speciaal onderwijs en/of het voltijdonderwijs, maar dan graag wel in een systeem waarbij de student zelf bepaalt welke opleider de bekostiging ontvangt.

Op zoek naar een opleiding?
Vind gemakkelijk en snel de opleiding die bij u past, door hieronder een selectie te maken:



Gerelateerde opleidingen

Training - Basiskennis financiën
Locatie: De training wordt verzorgd in Amsterdam, Utrecht, Rotterdam, Den Haag, Eindhoven, Den Bosch en Zwolle

Training - Financiën voor niet-financiële managers in non-profit
Locatie: De training wordt verzorgd in Amsterdam, Utrecht, Rotterdam, Den Haag, Eindhoven, Den Bosch en Zwolle

Basiskennis Financiën

Dagcursus - Leidinggeven voor de Overheid
Locatie: Amsterdam, Tilburg, Utrecht en Zwolle

Avondcursus - Leidinggeven voor Overheid
Locatie: Amsterdam, Arnhem, Breda, Eindhoven, Goes, Rotterdam, Utrecht en Zwolle

Eigen kapsalon starten

Post-HBO Finance for Non-Financials - dag

Post-HBO Finance for Non-Financials - avond

Training Telefonische incasso™

Basisopleiding Onderwijsassistent