Delen op facebook

Nieuw didactisch model voor competentiegericht leren

Auteur Nathalie Wiesenekker
Organisatie NIBE-SVV

De maatschappelijke tendens is dat mensen een leven lang bezig zijn met het verwerven van nieuwe kennis en competenties. Permanente educatie waarborgt dat kennis gelijke tred houdt met veranderingen. Een leven-lang leren vraagt om periodiek onderhoud van vakkennis (gekoppeld aan de beroepspraktijk) en om snellere actualisering van cursussen. Daarnaast wordt de roep om een hogere uitwisselbaarheid van materialen tussen opleidingsorganisaties en bedrijven sterker.

 

 

Deze ontwikkelingen vragen om een moderne, vernieuwende wijze van ontwikkelen en aanbieden van bedrijfsopleidingen. Het nieuw didactisch model (2005) van kennisinstituut NIBE-SVV is gericht op efficiënt en competentiegericht studeren volgens de individuele leerstijl van de medewerker. Dit opleidingsmodel wordt ondersteund door een geavanceerd Learning Content Management Systeem (LCMS) voor beheer en hergebruik van materiaal. Het resultaat: kwalitatief maatwerk in zijn zuiverste vorm.

 

Deskundigheid binnen de financiële dienstverlening

Een bedrijfstak waarin ‘bijblijven’ een absolute noodzaak is, is de financiële dienstverlening. Hier zorgt een hoos aan veranderende wetgeving en nieuwe deskundigheidseisen voor een bijna continue opleidingsvraag. De financiële dienstverlener anno 2007 staat onder streng overheidstoezicht en moet aan allerlei normen voldoen op het gebied van zorgplicht en deskundigheid. Logisch, want de klant staat in deze sector (nu ook wettelijk) centraal. Dat heeft alles te maken met de invoering van de Wet financiële dienstverlening (Wfd) en – sinds 1 januari 2007 – de overkoepelende Wet op het financieel toezicht (Wft). De vakkennis van de professional moet dus goed aansluiten bij de beroepspraktijk. De algemene trend van competentiegericht leren zien we in deze sector dan ook duidelijk terug.

 

De ene cursist is de andere niet

De veranderingen in de financiële opleidingen hebben niet alleen met wetgeving te maken. Als we kijken naar de branche en de opleidingsvraag dan voert diversiteit de boventoon. De doelgroep wordt mondiger en het instroomniveau hoger. De cursistenpopulatie gaat langer mee, zij komen daarom uit verschillende generaties met ieder hun eigen wensen op het gebied van leren. Daarnaast hebben we te maken met de multiculturele samenleving. Er is dus sprake van veel verschillende groepen met duidelijk verschillende wensen.

Bovendien is leren niet langer gebonden aan tijd, plaats en medium. Geen wonder dus dat financiële dienstverleners in toenemende mate behoefte hebben aan actueel, flexibel en aantrekkelijk lesmateriaal. Belangrijk daarbij is dat medewerkers volgens hun eigen leerstijl kunnen werken aan hun vakkennis en competenties, waar en wanneer zij dat willen.

 

Het nieuw didactisch model

De nieuwe wetgeving, de behoefte van organisaties aan meer maatwerk en de verscheidenheid aan cursisten hebben ertoe geleid dat NIBE-SVV een nieuw didactisch model heeft ontwikkeld. Dit model gaat uit van het specifieke competentieprofiel en de werkzaamheden in de praktijk en stemt daarop de opleiding en exameneisen af. Kennis verwerven is immers geen doel op zich. Waar het om gaat is dat uw medewerkers deze kennis toepasbaar maken en professionele vaardigheden verwerven waarin uw medewerkers deze kennis gebruiken. Dit bereiken ze door veelvuldig te oefenen in functiespecifieke situaties.

 

Dankzij het nieuw didactisch model wordt voor elk individu een eigen manier om te leren gecreëerd en om het geleerde te kunnen toepassen. Niet door keer op keer nieuwe modules te bedenken, maar door dezelfde kennisdeeltjes ook in andere opleidingen te gebruiken. Dat is niet alleen veel efficiënter, maar didactisch gezien ook effectiever.

 

Hoe werkt het nieuw didactisch model? Bij het ontwikkelen van opleidingen volgens deze didactiek staan de volgende vragen centraal:

 

  • Voor welke functie/welk soort bedrijf moet de opleiding opleiden?
  • Wat moet iemand kunnen in dit beroepsveld (competenties)?
  • Welke prestaties horen hierbij?
  • Welke kennis en handelingsvaardigheden zijn daarvoor vereist?
  • Hoe gaan we kennis en vaardigheden toetsen?

 

Het onderscheid tussen kennen en kunnen aan de hand van competenties vormt dus de basis van het nieuw didactisch model. Vanuit de beroepspraktijk wordt gekeken welke kennis en vaardigheden een medewerker nodig heeft. Op basis daarvan worden de kennisonderdelen bepaald en zogenaamde Kwalificatiedossiers en Beroepscompetentieprofielen opgesteld.

 

Het onderscheid tussen kennen en kunnen zie je ook duidelijk terug in het opleidingsmateriaal (het eindproduct). Het kennisgedeelte bestaat uit heldere, aantrekkelijke bronteksten met diverse hulpmiddelen om op een gestructureerde manier door de stof heen te gaan. De praktijkkant is concreet vertaald in toetsing en casuïstiek. Zo zijn aan de benodigde vaardigheden oefencases en toepassingscases gekoppeld. De cursist kan dus heel praktijkgericht aan de slag met het toepassen van de kennis. Starttoetsen, tussentoetsen en eindtoets bieden op elk moment inzicht in de kennisbeheersing.

 

  • Starttoetsen: wat is mijn huidige niveau?
  • Tussentoetsen: beheers ik de stof tot nu toe?
  • Eindtoetsen: ben ik klaar voor het examen?

 

Door eerst goed te kijken naar wat medewerkers moeten kennen en kunnen in een bepaald functieprofiel, is het mogelijk om een sluitend opleidingstraject te ontwikkelen in de diversiteit aan cursisten en opleidingswensen. Op de vereiste competenties worden de gewenste kennisdeeltjes, toepassingsgebieden en de casuïstiek gebaseerd. De cursist kiest vervolgens zijn eigen leerpad: digitaal (e-learning), klassikaal of een andere methode. Het nieuw didactisch model zorgt ervoor dat het opleidingsmateriaal zo is opgebouwd dat het:

 

  • kennen en kunnen verenigt
  • een hoge kwaliteit heeft
  • aantrekkelijk is (duidelijke teksten, mooie vormgeving)

 

Het mes snijdt nu aan twee kanten. De opleiding heeft meer toegevoegde waarde doordat de verworven kennis ook in de dagelijkse praktijk bruikbaar is, én de herkenbaarheid is veel groter. Dit leidt tot een betere motivatie en meer plezier in het studeren.

 

LCMS: efficiënt beheer van content

Steeds weer opnieuw ontwerpen en ontwikkelen van lesmaterialen door een auteur kost teveel tijd en levert in stijl sterk verschillende materialen op. Daarnaast maakt dit het inspelen op veranderingen erg lastig. Wijzigingen moeten immers op diverse plaatsen worden doorgevoerd. Het oude model heeft daarom plaatsgemaakt voor een nieuwe manier van opleidingen ontwikkelen, ondersteund door een goed systeem. Het Learning Content Management Systeem (LCMS) dat NIBE-SVV gebruikt, maakt het mogelijk grote hoeveelheden opleidingsmateriaal eenduidig en efficiënt op te slaan, te publiceren, te beheren en te hergebruiken. Bij een standaard opleiding kun je niet voorkomen dat cursisten ook bekende stof voorbij zien komen. Het LCMS maakt het mogelijk om opleidingsmateriaal op te delen in losse kennisdeeltjes: Reusable Learning Objects en Reusable Information Objects. Deze kennisdeeltjes zijn vervolgens op eenvoudige wijze te combineren tot nieuwe opleidingen op maat.

 

Aansluiten op standaarden

Eén van de constanten in het huidige werk is dat verandering aan de orde van de dag is. Het valt niet precies te voorspellen hoe de vraag van de klant er in de toekomst uitziet.

NIBE-SVV anticipeert in ieder geval op een goede aansluiting op de klantvraag door het opleidingsmateriaal efficiënt maken en te meta-dateren (labelen). Door het materiaal op te delen in kleine onderdelen (objecten) en die te labelen valt het materiaal op verschillende manieren te hergebruiken in verschillende, aantrekkelijke studievormen. Bovendien is het is het mogelijk om het materiaal makkelijker te delen met andere partijen, zoals bij incompanytrajecten en samenwerkingsverbanden met andere opleidingsorganisaties.

Voorwaarde is wel dat deze partijen volgens bepaalde standaarden werken.

 

Voordelen voor de opleidingsmarkt

Dankzij het nieuw didactisch model krijgt de markt wat ze vraagt: de kans op succes is groter – het leerpad en de methode zijn immers aangepast aan de beroepspraktijk en leerwensen van de cursist – en de kosten zijn lager. Opleidingen hoeven niet keer op keer opnieuw bedacht te worden. Dankzij de Kwalificatiedossiers en beroepscompetentieprofielen, in combinatie met een entreetoets, sluiten de opleidingen aan op de beroepspraktijk en achtergrond van de medewerkers. Er is dus sprake van maatwerk in zijn zuiverste vorm.

Ten slotte kunnen opleidingen snel worden samengesteld. Dat is vooral van belang als bedrijven bijvoorbeeld bij reorganisaties hun personeel snel willen bijscholen. Het nieuw didactisch model heeft zijn nut in de praktijk al bewezen voor diverse organisaties binnen de financiële dienstverlening. Deze moderne, flexibele manier van opleiden waarborgt niet alleen de actuele deskundigheid van medewerkers, het maakt studeren ook nog eens een stuk prettiger en efficiënter.

 

Voor meer informatie
NIBE-SVV

Op zoek naar een opleiding?
Vind gemakkelijk en snel de opleiding die bij u past, door hieronder een selectie te maken: