
Opleiding: Master of Strategic Urban Studies
Leerdoel
De opleiding richt zich zowel op professionals werkzaam bij overheidsorganisaties (gemeenten,
provincies, departementen) en semi-overheidsinstellingen, als op professionals bij bedrijven en
maatschappelijke organisaties (aanbieders van infrastructuur, woningcorporaties,
projectontwikkelaars, grote bouwondernemingen, onderwijs- en zorginstellingen). De opleiding
legt een brede basis aan inzichten in de verschillende vakgebieden, maar benadert de uitdagingen
en kansen van de steden telkens vanuit een samenhangend perspectief. Deelnemers leren ‘over de
schutting’ te kijken en hun blikveld te verruimen.
Doelgroep
Om de opleiding met succes te kunnen volgen moeten de deelnemers over een afgeronde wo/hbo
opleiding beschikken met enige jaren relevante werkervaring, dan wel vergelijkbare kwalificaties
bezitten door opgedane werkervaring.
Programma
Het totale programma duurt twee jaar. Acht modulen, acht praktijkdagen, vier reflectiedagen en een
kleine en grote toepassingsopdracht vormen de kern.
De modulen zijn intensieve bijeenkomsten verdeeld over zeven aaneengesloten dagdelen waarin de
deelnemers kennis verwerven van economische, sociale en governance concepten en theorieën.
In elke module staat een stedelijke uitdaging centraal die de traditionele indeling naar vakdisciplines
overstijgt.
De praktijkdagen zijn ééndaagse bijeenkomsten op locatie, waarbij de deelnemers onder
begeleiding van een docent leren van de stedelijke praktijk. De deelnemers nemen ter plekke kennis
van organisaties en projecten en krijgen een blik achter de schermen door directbetrokken
practitioners. Steeds staat een ander handelingsperspectief centraal: de logica van de ondernemer,
de bestuurder, de uitvoeringsambtenaar, de burger, etc.
Naast de collectieve modulen en praktijkdagen werken de deelnemers samen in leerteams van vier
tot zes personen. Hierin bereiden de deelnemers opdrachten voor die tijdens de modulen en
praktijkdagen in dialoog met de docent, gastsprekers en andere deelnemers worden ingebracht en
verrijkt. In wisselende leerteams doen de deelnemers onder begeleiding van docenten ook een
kleine en grote toepassingsopdracht.
1. Unfreezing
Deze eerste fase van de opleiding, die van september tot en met december duurt, heeft tot doel de
deel nemers los te maken van gangbare denkwijzen en ontvankelijk te maken voor nieuwe inzichten.
Deze fase is probleemstellend. Dit deel van de opleiding start met een inleidende dag en omvat
verder twee modulen en twee praktijkdagen.
2. Verdieping
De tweede fase van de opleiding beslaat de rest van het eerste jaar (januari tot en met juni) en de
eerste helft van het tweede studiejaar (augustus tot en met december). In intensieve modulen en
praktijkdagen nemen de deelnemers kennis van een groot aantal inzichten. Tegelijkertijd werken zij
in leerteams aan groepsopdrachten ter voorbereiding op de modulen. Ook werkt ieder leerteam aan
een eigenstandige casusopdracht, die vanuit de opleiding wordt begeleid door een kerndocent.
De presentatie en beoordeling hiervan is aan het einde van het eerste jaar.
3.Reflectie
Met de reflectiefase start het laatste halfjaar van de opleiding. Hierin staat niet het aandragen van
nieuwe kennis voorop, maar het omgaan ermee. De deelnemers onderzoeken samen met docenten
en practitioners de mogelijkheden om de kennis actief te gebruiken in de stedelijke praktijk. Het
gaat om inhoudelijke reflectie met betrekking tot de eigen context en de dilemma’s die zich hierbij
voordoen. In de reflectiefase gaan de deelnemers in de teams aan de slag met intercollegiale
consultatie en intervisie.
4. Toepassing
De toepassingsfase omvat het laatste deel van de opleiding, van maart tot en met juni van het
tweede jaar. De deelnemers passen toe wat zij in de eerdere fasen hebben geleerd in de vorm van
een groepsopdracht. De opdracht betreft een complex stedelijk vraagstuk dat ook voor de werkgevers
van de deelnemers van belang is. Onder intensieve begeleiding van docenten wordt gewerkt
aan een rapport. Het eindresultaat is innovatief en biedt een handelingsperspectief voor
stakeholders in de steden. De opleiding wordt afgesloten met openbare presentaties van de
opdrachten. Een jury kiest het winnende eindrapport. Dit rapport verschijnt als publicatie.
Buitenland
Ten minste drie van de acht modulen vinden plaats in het buitenland. Deze buitenlandse modulen
bevatten tevens praktijkdagen. De bezoeken aan het buitenland zijn een afwisseling van
kennisverwerving, locatiebezoek en reflectie. Naast Nederlandse docenten leveren buitenlandse
docenten en practitioners een inbreng. Mogelijke steden voor de modulen zijn: Liverpool, New York,
Birmingham, Boston, Manchester, Kopenhagen en de Øresund-regio, Marseille, Lyon, Barcelona,
München, Helsinki, Hamburg, Milaan en Turijn. De voertaal tijdens de modulen in het buitenland is
Engels.
De eerste en tweede fase van het programma bestaan uit acht modulen en praktijkdagen.
De praktijkdagen bieden vanuit de praktijk perspectief op de inhoud van de voorafgaande module.
In de tweede fase van de opleiding voeren de deelnemers in groepen een casusopdracht uit waarbij
zij hun inzichten en kennis van een aantal deelonderwerpen verder verdiepen. In de casusopdracht
kijken de deelnemers naar een concrete casus uit het stedelijke werkveld en proberen daaruit lessen te
trekken. Iedere groep staat onder begeleiding van een docent. De groepen presenteren aan het einde
van het eerste jaar hun bevindingen aan elkaar. De bevindingen worden door een jury beoordeeld.
De derde fase bestaat uit vier reflectiedagen. De vierde fase is geheel gewijd aan een toepassings -
opdracht.
