
Opleiding: Register Controller/Executive Master of Finance and Control
Leerdoel
De postgraduate opleiding tot registercontroller (RC/EMFC) aan de Vrije Universiteit Amsterdam is een praktijkgerichte opleiding op wetenschappelijk niveau. Je wordt getraind in de kennis, inzichten én vaardigheden die een controller tegenwoordig nodig heeft om zowel het bedrijfseconomisch geweten van de organisatie als een goede business partner voor het management te kunnen zijn. Een allround controller dus.
Uitgangspunt daarbij is de ‘controller' die als lid van het managementteam op hoog niveau in de organisatie de financieel-economische en financieel-administratieve functie vervult. De kern van die functie is ‘het bewaken van en het actief bijdragen aan de economische levensvatbaarheid van de organisatie.' Meer specifiek betekent dit dat de controller moet worden toegerust met kennis, inzicht en vaardigheden om de eindverantwoordelijkheid te kunnen dragen voor een betrouwbare interne en externe informatievoorziening van organisaties en de verantwoordelijkheid te kunnen nemen voor de economische rationaliteit van de beslissingen die in de organisatie worden genomen. Dit is echter al lang niet meer voldoende. Meer en meer wordt van controllers een pro-actieve en ondersteunende rol verwacht bij de ontwikkeling, executie en implementatie van operationeel en strategisch beleid. Een ‘allround controller' is daarom zowel ‘Bedrijfseconomisch geweten' als ‘business partner/change agent'. Deze dubbelrol impliceert dat advies enerzijds en rapportage en interne controle anderzijds toegewezen zijn aan één individu; dat hoge prioriteit bij beide verantwoordelijkheden wordt gelegd; dat de controller gekwalificeerd is om de verantwoordelijkheid vakinhoudelijk in te kunnen vullen en dat hij of zij de vaardigheden bezit om zowel betrokken als onafhankelijk te opereren.
Centraal thema
Het centrale thema van de controllersopleiding aan de Vrije Universiteit is ‘van leren kijken naar leren zien'. De controller moet leren kijken om te kunnen zien. Vaste herkenbare patronen, vooroordelen en vooringenomenheid zijn menselijke eigenschappen die de controller van vandaag zich niet kan veroorloven. Leren kijken is je eigen vooringenomen werkelijkheid opzij zetten. Leren kijken is zonder vooroordeel open staan voor wat er zich in je omgeving afspeelt. Leren kijken is een voorwaarde om te begrijpen wat er gebeurt. Alleen als je werkelijk begrijpt wat er gebeurt, mag je verwachten dat de acties die je onderneemt het gewenste effect sorteren. Het programma is zodanig ingericht dat je al doende leert kijken. Centraal daarbij staat reflectie op de dagelijkse praktijk van de student zodat het geleerde ook direct toepasbaar is.
Doelgroep
De opleiding richt zich op zowel controllers werkzaam in concernorganisaties als consultants die concernorganisaties adviseren en die de ambitie hebben door te groeien naar een hoge financiële functie. Onder de afgestudeerden van de opleiding aan de VU bevinden zich een groot aantal CFO’s, Finance Directors en senior professionals op hoge posities in Nederlandse en Internationale organisaties. Keer op keer geven de afgestudeerden van de controllersopleiding van de Vrije Universiteit aan dat de opleiding voor hun een buitengewoon belangrijke opstap is geweest in de verdere ontwikkeling van hun carrière.
Programma
De controlleropleiding van de Vrije Universiteit is de eerste en oudste postgraduate opleiding tot register controller in Nederland. De opleiding is in 1986 samen met het bedrijfsleven opgezet. Ook vandaag de dag waarborgen wij samen met het bedrijfsleven de actualiteit van het programma.
De opleiding aan de VU duurt nominaal tweeëneenhalf jaar. Afgestudeerden krijgen de titel Executive Master of Finance and Control (EMFC) en kunnen zich inschrijven in het register van de Vereniging voor Register Controllers en verkrijgen daarmee het recht om het dienstmerk RC of register controller te dragen. Sinds 1986 hebben meer dan 1250 studenten de opleiding met succes afgerond. Meer informatie over de opleiding en de toelating daartoe is te vinden op de website van de opleiding: www.vucontrollersopleiding.nl.
Toelatingseisen
TOELATINGSEISEN EXECUTIVE MASTER IN FINANCE AND CONTROL (EMFC) OPLEIDINGEN
Vastgesteld door het Quality Assurance Committee van de Vereniging van Registercontrollers krachtens artikel 12 lid 3 van de Statuten van de Vereniging van Registercontrollers.
De in de navolgende regeling opgenomen bepalingen zijn minimumbepalingen; opleidingen zijn bevoegd op onderdelen hogere, c.q. aanvullende eisen te stellen.
1. UNIVERSITAIRE VOOROPLEIDINGEN
1.1. Het universitaire diploma
De algemene eis voor toelating tot een door de Vereniging van Registercontrollers erkende EMFC-opleiding is het bezit van een doctoraal diploma of een Master of Science diploma van een Nederlandse universiteit of een daarmee vergelijkbaar diploma van een buitenlandse universiteit.
1.2. Het universitaire programma
Als aanvullende eis geldt dat in de vooropleiding een negental bedrijfseconomische en juridische vakken moet zijn opgenomen waarbij met betrekking tot de zwaarte van de eindtermen voor elk van die vakken specifieke eisen gelden. De bedoelde negen vakken zijn: management accounting; financial accounting; financiering; bestuurlijke informatieverzorging / administratieve organisatie; boekhouden; management en organisatie; marketing; belastingrecht; ondernemingsrecht. Indien een kandidaat één of meer van de hiervoor genoemde negen vakken niet in zijn/haar vooropleiding heeft opgenomen c.q. één of meer van deze vakken op een te laag niveau heeft gevolgd, heeft deze kandidaat voor elk vak waarvoor het vorenstaande geldt een deficiëntie in zijn/haar vooropleiding.
Het wegwerken van deficiënties kan geschieden door:
a. het alsnog volgen van het betreffende vak (de betreffende vakken) op het vereiste niveau en daarin tentamen afleggen bij één van de Nederlandse universiteiten, incl de Open Universiteit.
b. het deelnemen aan en het afleggen van een tentamen bij het deficiëntieprogramma dat EMFC-opleidingen voor hun eigen deelnemers organiseren. Het is aanvaardbaar dat in een deficiëntieprogramma geen colleges of werkbijeenkomsten worden georganiseerd en kandidaten uitsluitend door zelfstudie hun onvoldoende kennis op niveau moeten brengen. Ook in dergelijke gevallen zal echter steeds door middel van een tentamen moeten worden getoetst of het voorgeschreven kennisniveau is bereikt.
1.3. Het niveau van de universitaire vakken
Voor toelating tot een EMFC-opleiding dienen de kandidaten als volgt voorbereid te zijn.
Op elk van de volgende vier vakgebieden dienen één of meer vakken te zijn gevolgd en met een voldoende te zijn afgerond met een zwaarte van ten minste 8 ECTS (6 ‘oude’ studiepunten) per vakgebied:
- Management Accounting,
- Financial Accounting,
- Financiering,
- Informatiekunde / Informatiesystemen / Administratieve Organisatie / Internal Control.
Voor HBO-studenten die zijn doorgestroomd naar een universitair master programma geldt dat van de 8 ECTS op elk van deze 4 vakgebieden ten minste 4 ECTS gevolgd en met een voldoende afgerond moeten zijn in het universitaire doorstroomprogramma (pre-master en/of master).
Op elk van de volgende vier vakgebieden dienen één of meer vakken te zijn gevolgd en met een voldoende te zijn afgerond met een zwaarte van ten minste 4 ECTS per vakgebied:
- Bedrijfsrecht,
- Belastingrecht,
- Marketing,
- Organisatiekunde / Management & Organisatie / Strategie & Organisatie.
Voor het vakgebied Boekhouden dienen één of meer vakken met een zwaarte van ten minste 6 ECTS gevolgd en met een voldoende te zijn afgerond.
Waar een deficiëntie bestaat, dient de kennis te worden getoetst via een tentamen dat dan ook behaald moet worden, behalve voor de vakken Marketing en Organisatiekunde (Management & Organisatie, Strategie & Organisatie) waar volstaan kan worden met een studieadvies zonder tentamenverplichting. Voor EMFC-opleidingen met een ‘internationaal curriculum’ is het gewenst – ten minste voor buitenlandse deelnemers – de deficiëntie Bedrijfsrecht en Belastingrecht op een eigen wijze in te vullen en te toetsen.
Bovenstaande geldt voor alle kandidaten, ook voor de kandidaten die vallen onder de niet-universitaire vooropleidingen, zoals besproken in paragraaf 2. Niet alle bijzondere gevallen zijn van tevoren te voorzien. De toepassing van bovenstaande in bijzondere gevallen is daarom aan de directie van de opleiding. Deze dient een en ander te documenteren en te registreren. Zeker in bijzondere gevallen of grensgevallen waar bovenstaande regels moeten worden geïnterpreteerd dient de gekozen handelwijze gedocumenteerd en gemotiveerd te kunnen worden.
2. NIET-UNIVERSITAIRE VOOROPLEIDINGEN
2.1. Hogere Beroepsopleidingen
Afgestudeerden van Hogere Beroepsopleidingen hebben geen directe toegang tot de EMFC-opleiding. Indien zij deze opleiding toch willen volgen dienen zij eerst een doctoraal/MSc diploma te behalen en de daarna eventueel nog aanwezige deficiënties weg te werken.
2.2. HBO-plus Opleidingen
Kandidaten met een HBO-plus diploma (bijv. Hofam-diploma) dienen eerst de deeltijd Msc Accounting en Control af te ronden, waarmee tevens de deficiënties worden weggewerkt.
2.3. RA's zonder doctoraal/MSc diploma
Toegang tot de EMFC-opleiding wordt ook verleend aan kandidaten die in het bezit zijn van het accountantsdiploma (RA), doch geen doctoraal/MSc diploma hebben verkregen. Eventuele deficiënties worden bepaald volgens de onder 1.2 en 1.3 opgenomen bepalingen. Voor het wegwerken daarvan gelden de daar opgenomen bepalingen.
3. EISEN T.A.V. PRAKTIJKERVARING
3.1. Om te worden toegelaten tot een EMFC-opleiding moet een kandidaat niet alleen beschikken over de vereiste vooropleiding, maar moet bovendien vast staan dat de betrokkene werkzaam is - en naar verwachting ten minste tijdens de duur van de opleiding ook werkzaam zal blijven - in een financieel-administratieve functie, dan wel op dit terrein als consultant zal functioneren zodat de aanwezigheid van een ervaringspotentieel bij de deelnemers, gedurende de opleiding gewaarborgd blijft.
3.2. Sterke voorkeur gaat uit naar kandidaten die bij het begin van de opleiding al een flinke werkervaring hebben. Te denken valt hierbij aan een periode van twee jaar. Sommige werkgevers achten het strikt vasthouden aan de eis van een ervaringsperiode van twee jaar echter bezwaarlijk omdat dan de inzetbaarheid van betrokkenen in het buitenland en/of in functies waar een afwezigheid van één dag per week niet meer aanvaardbaar is, te lang op zich laat wachten. In gevallen waar deze omstandigheden zich voordoen behoeft aan de eis van een werkervaring van twee jaar niet strikt de hand te worden gehouden. Voorts geldt als algemene beperking dat per EMFC-opleiding per jaarlaag ten hoogste 10% van de deelnemers bij aanvang van de opleiding minder dan 2 jaar werkervaring mag hebben.
4. KRITIEKE TERMIJNEN
4.1. Bij de aanvang van de opleiding
Uiterlijk bij de aanvang van de opleiding dient aan alle verplichtingen uit hoofde van het doctoraal / MSc diploma (c.q. het RA-diploma) te zijn voldaan en dienen alle deficiënties te zijn weggewerkt. In bijzondere gevallen kan de genoemde deficiëntie eis een ernstig knelpunt vormen (bijvoorbeeld indien bij een overschrijding van enkele weken de toelating een vol jaar dient te worden verschoven). Daarom is bepaald dat toelating toch kan plaatsvinden als ten hoogste twee deficiënties nog niet zijn weggewerkt bij het begin van de opleiding (meestal zal het gaan om deficiënties waarvoor de kandidaat is gezakt). Daarnaast geldt dat in een dergelijk geval, voordat tentamen mag worden gedaan in een vak, een desbetreffend deficiëntietentamen moet zijn gehaald. Indien bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen kan voor ten hoogste zes maanden dispensatie worden gegeven van de bepaling dat bij het begin van de opleiding het doctoraal of MSc-diploma moet zijn behaald. Gezien de onder 3.2. vermelde eis van werkervaring, zal deze dispensatie slechts kunnen gelden voor kandidaten die al in een financieel-administratieve functie werkzaam zijn en alsnog een doctoraal of MSc-studie hebben gevolgd. Voor het RA-diploma geldt dezelfde regeling als voor het doctoraal diploma.
4.2. Ten aanzien van de vooropleiding
Een doctoraal/MSc- of RA-diploma verliest door het verstrijken van de tijd niet zijn geldigheid als toelatingsdocument voor een EMFC-opleiding. Indien echter, bij de aanvang van de EMFC-opleiding een diploma van de genoemde categorieën ouder is dan 10 jaar ontstaat automatisch een deficiëntie voor de vakken management accounting, financial accounting, bestuurlijk informatieverzorging / administratieve organisatie, ondernemingsrecht en belastingrecht. Deze deficiënties kunnen afhankelijk van de aard van de door de kandidaat verrichte werkzaamheden en de eventueel gevolgde opleidingen of cursussen in de afgelopen jaren worden omgezet in een studieadvies zonder tentamenverplichting.
