
Opleiding: Servicerapporten schrijven
Leerdoel
Veel maakbedrijven beschikken over een serviceafdeling met monteurs of onderhoudstechnici die dagelijks op pad zijn om klanten te helpen bij storingen of onderhoud. Deze technici schrijven rapportages die moeten voldoen aan hoge inhoudelijke eisen. De klant zal de rekening immers niet graag betalen als onduidelijk is wat de monteur zoal gedaan heeft en welk materiaal daarmee gemoeid is.
O
ok onduidelijke vervolgafspraken en beloftes leiden tot irritaties. En daarmee staat het imago van het bedrijf van de monteur op het spel. Ook in dat bedrijf zelf zijn ze niet gelukkig met slecht geschreven en onvolledige servicerapporten. Collega’s die de informatie uit deze rapporten verwerken, moeten steeds weer navraag doen bij de monteur en het zelf uitzoeken. Dat kost tijd en geld.
Deze cursus helpt servicetechnici om nog betere servicerapporten te maken.
Doelgroep
Monteurs/technici (van de buitendienst).
Programma
Twee belangrijke onderwerpen komen aan bod: de opbouw van een servicerapport en het taalgebruik.
Opbouw
Als eerste de opbouw van het rapport in de hoofdstukken of kopjes. Dit is vaak voorgeprogrammeerd in een tekstmodel of template op papier of in een laptop. Dit onderwerp is belangrijk omdat het de ruggengraat van het servicerapport is, hoe kort dat verder ook is. Mogelijk kan de structuur van de bestaande rapporten worden aangepast of verbeterd. Denken in structuren is altijd nummer één bij teksten maken.
Taal
Daarna moet binnen de dan vastliggende structuur de informatie worden ingevuld onder de betreffende kopjes. Hierbij speelt taal een rol. De informatie moet altijd volledig en begrijpelijk zijn en als het kan ook correct zijn geschreven. Dit zijn dan ook de drie onderwerpen binnen het taalgedeelte in de cursus:
- volledigheid:
verplaats je in de klant, zorg dat alle info er is (ook foto’s?), verwerk alle aantekeningen, lees het nog eens door alvorens door te sturen, laat een collega er naar kijken enz.
- begrijpelijkheid
volledige zinnen, lopende zinnen, op tijd een punt, geen telegramstijl, geen gedachtesprongen, geen dubbelzinnigheid enz.
- correctheid
iets over d’s en t’s, maar vooral die taalfouten die onleesbaarheid veroorzaken
De docent van de cursus is technicus en spreekt de taal van de cursisten.
