Leerdoel
Veel basisscholen maken gebruik van de onderwijsassistent. De onderwijsassistent begeleidt leerlingen, houdt toezicht, assisteert en helpt de docent bij de uitvoering van taken. Steeds vaker gaan de taken van de onderwijsassistent verder. Regelmatig begeleidt de onderwijsassistent groepjes kinderen en soms zelfs een hele groep. Toezicht houden op de uitvoering is vaak echte ondersteuning van het leren geworden. Dit vereist extra kennis en vaardigheden. U wilt kunnen motiveren, uitleggen, tijdig problemen kunnen herkennen op diverse gebieden en mee kunnen denken bij het vinden van oplossingen.
Transfergroep Rotterdam biedt u met de opleiding Lerarenondersteuner een antwoord op bovenstaande thema’s. De opleiding is opgebouwd uit vijf modules.
Doelgroep
| onderwijsassistenten in het primair onderwijs met mbo-niveau 4 en praktische ervaring |
|
Afstudeervarianten
|
Dit traject kan toegang geven tot de verkorte opleiding Leraar primair onderwijs aan de Pabo
van de Hogeschool Rotterdam.
|
|
Programma
|
In deze opleiding vergroot u uw kennis van allerlei hulpmogelijkheden,
u leert didactische en pedagogische vaardigheden en u vergroot uw inbreng in de klas.
module 1: taken en verantwoordelijkheden (algemeen) • klassenmanagement en -organisatie • samenwerken in teamverband • contacten met ouders • observeren • leerlinggegevens en het leerlingenvolgsysteem
module 2: gedrag en werkhouding • de rol van de docent bij kinderen met gedragsproblemen • de tien basishandelingsplannen voor gedrag
module 3: lezen • leesproblemen • leeshulp • verschillende hulptechnieken toepassen • motivatie
module 4: rekenen • rekenproblemen • rekenhulp • gebruik van materiaal
module 5: spelling • spellingproblemen en foutenanalyse • spellinghulp • afbakening van dyslexie
|
|
Werkwijze Er wordt een duidelijke koppeling gemaakt tussen theorie en praktijk, waarbij de kinderen van de eigen school centraal staan. De docent maakt gebruik van een interactieve methodiek en nodigt u uit om het geleerde op een gepaste wijze direct in praktijk te brengen. Korte momenten van instructie, collegiale consultatie en groepswerk zijn activiteiten die regelmatig terugkomen. Praktijkopdrachten in onder- en bovenbouw vormen een essentieel onderdeel van de opleiding. In de loop van het jaar wordt een portfolio opgebouwd aan de hand van de eigen competenties en het persoonlijke ontwikkelingsplan in relatie tot de werksituatie.
|
|
|