
Opleiding: Master begeleidingskunde (Master human & organizational behavior)
Leerdoel
De komende jaren groeit de vraag meer en meer naar hoog opgeleide professionals die ingewikkelde constructie- en verandervraagstukken in organisaties kunnen onderzoeken en begeleiden. Complexe organisaties, hogere werkdruk, strakkere CAO’s, terugdringen ziekteverzuim, fusies… Dit maakt dat organisaties voor vraagstukken komen te staan waar u als begeleidingskundige een rol in kunt spelen.
NB Er bestaat ook een verkort traject van deze masteropleiding.
Doelgroep
|
Na het volgen van de masteropleiding bent u in staat het ontwerpen van sysytemen en structuren te kunnen verbinden met het creëren van nieuwe mogelijkheden voor medewerkers. De opleiding is dan ook geschikt voor de volgende professionals: |
|
Afstudeervarianten
Fase 1 en 2 vormen samen de VO Supervisie en coaching.
Programma
Inhoud
Fase 1: Beroepsontwikkeling als coach en supervisor
Fase 2A: Beroepsontwikkeling als begeleidingskundige
NB. Fase 1 en 2 vormen samen de VO Supervisie en coaching.
Fase 2B - verkort traject: Onderzoek en professioneel handelen als beginnend begeleidingskundige
Fase 3 - afstudeerfase Master begeleidingskunde: Praktijkwetenschappelijke benadering van begeleidingskunde
NB. Fase 2B en 3 vormen het verkorte traject van de Master begeleidingskunde
De verschillende fasen, onderdelen en bijbehorende competenties staan uitgebreid beschreven in de brochure Master begeleidingskunde,
die u kosteloos kunt aanvragen.
Toelatingseisen
Voor het volledige traject:
Als toelatingsvoorwaarde geldt een afgeronde hbo- of wo-opleiding en minstens vier jaar werkervaring op hbo-niveau. In de afgelopen vier jaar heeft u een supervisiecyclus van tien zittingen gevolgd bij een supervisor die bij de LVSB (Landelijke Vereniging voor Supervisie en andere Begeleidingsvormen) geregistreerd is. U heeft in principe tien uur uitvoerend werk als leidinggevende, supervisor/coach of docent.
Voor het verkorte traject:
Voor het korte traject van de Master begeleidingskunde komen deskundigen met een werk- en denkniveau op minimaal hbo+ of academisch niveau en werkzaam in een organisatie waarbinnen het mogelijk is het praktijk-wetenschappelijk onderzoek uit te voeren.
Een assessment en portfoliobespreking bepalen de toelating (op basis van de competenties zoals die beschreven staan in de brochure).
Afgestudeerden van de VO Supervsie en coaching kunnen instromen in het verkorte traject.

