Opleidingsfasen in je loopbaan- De noodzaak van permanente educatie in wisselende economische omstandigheden
| Auteur | Ing. R. A. Gremmee |
| Functie | Directeur Stichting Postacademisch Onderwijs |
| Organisatie | Stichting Postacademisch Onderwijs |

Hoger opgeleiden moeten gedurende hun gehele carrière aantrekkelijk genoeg blijven voor werkgevers of opdrachtgevers. Om niet ingehaald te worden door nieuwe technieken, procedures en jongere (goedkopere) collega’s is permanente educatie een absolute noodzaak.
Daarnaast neemt de lengte van het loopbaantraject alleen maar toe. Werken tot je 65e is de norm, daarna doorgaan wordt aangemoedigd. Overheden en bedrijfsleven onderschrijven deze opvatting. Architecten gaan bijvoorbeeld 16 uur per jaar op zoek naar nieuwe kennis. Lastiger is om aan te geven wát in wélke situatie nuttig of noodzakelijk is. Het aanbod van het postinitiële onderwijs is immers enorm en geen loopbaan, carrière of persoon is hetzelfde. Ambities en drive horen bepalend te zijn voor het loopbaanpad dat afgestudeerden volgen. Te vaak speelt ‘toeval’ een grote rol.
In bijgaand stuk tracht ik aan de hand van enkele situaties aan te geven welke mogelijkheden er zijn in het brede land van het postdoctorale, post-hbo en het postacademische onderwijs. Verder vraag ik aandacht voor de kwetsbare positie van de oudere professional en het enorme belang van blijvende employability
voor deze groep.
Van solliciteren naar het kiezen uit een ruim aanbod: de pas afgestudeerde
Studenten in de afstudeerfase van hun studie worden medio 2008 geconfronteerd met een arbeidsmarkt waarbij voor veel richtingen de vraag veel groter is dan het aanbod. Gevolg; in plaats van veel te moeten solliciteren moet nu gekozen worden uit een riant aanbod van banen.
Kortom, in de achtbaan van de arbeidsmarkt hebben we net de steile klim en de korte conjunctuurtop alweer gehad en is de daling net ingezet. Veel branches zoals de Bouw en de Industrie ijlen na en zitten nog op die top. Werkgevers zijn eerder dan voorheen bereid om concessies te doen aan het ‘perfecte plaatje’ van een sollicitant. Een andere studierichting leidt niet meer direct tot een afwijzing.
Voor starters op de arbeidsmarkt is dit risicovol. De eerste keuze voor een baan moet gelijk een goede zijn, anders kan je bij een economische terugval zo weer op straat staan. Zorg voor een goede fit tussen jouw competenties (wat je kunt) en jouw waarden (wat je echt belangrijk vindt) met die van je toekomstige werkgever. Zoek een bedrijf of instelling waarbij de bedrijfscultuur groten- deels overeenstemt met hetgeen jij belangrijk vindt. Competenties zijn goed te leren en te trainen, waarden heb je.
Startperiode: de eerste jaren
Om deze periode te overleven moet allereerst de bedrijfscultuur eigen worden gemaakt. Dit gebeurt vaak in-company door middel van interne bedrijfstrainingen. Daarnaast moet het eigenlijke werk op een goede manier kunnen worden uitgevoerd. De aandacht is op de inhoud van je werk gericht. Als de specifieke kennis ontbreekt of ontoereikend is, dan zullen vakinhoudelijke opleidingen, cursussen of trainingen gevolgd moeten worden. Er zijn verschillende Stichtingen (PAO’s) die Postacademisch Onderwijs verzorgen in de vorm van korte vakinhoudelijke cursussen. Deze vinden meestal overdag plaats en hebben een lengte van enkele dagen tot een week. Hierbij moet wel worden nagegaan of de cursus een inleidend karakter heeft of juist bedoeld is voor personen die al actief zijn in het vakgebied en zich verder willen bekwamen of specialiseren. Zie bijvoorbeeld bij http://www.pao.tudelft/. nl en www.pato.nl.
In tegenstelling tot wat de naamstelling van deze instituten suggereert zijn deze cursussen in het algemeen ook uitstekend te volgen door afgestudeerden van het hbo. De vaak wat langere opleidingstrajecten zijn te vinden bij het post-hbo. Hier worden trajecten aangeboden die enkele maanden tot een jaar in beslag nemen. Elke hbo-instelling of samenwerkend cluster van instellingen heeft zijn eigen opleidingstrajecten. Deze opleidingen zullen vaak met een examen en een erkend diploma of certificaat worden afgerond. Opleidingen kunnen ook verzorgd worden door toonaangevende brancheverenigingen, soms in samenwerking met PAO’s of hbo-instellingen. Ingenieurs kunnen zich tevens oriënteren bij KIVI NIRIA, het Koninklijk Instituut voor Ingenieurs. Kijk bij www.kiviniria.nl onder Ledenservice, levenslang leren en KIVI NIRIA Centre of Excellence.
De professional na twee tot zes jaar
De kennis voor het ‘dagelijkse werk’ is eigen gemaakt. Het is verstandig na te gaan denken over het te volgen carrièrepad: Hoe ziet mijn situatie er uit over 10 jaar als ik niets doe? Bevalt mij dat? Meer en meer is het de verantwoordelijkheid van de werknemer te werken aan de eigen arbeidsmarktwaarde en competentieontwikkeling. In deze fase staat de professional voor een aantal keuzes, bijvoorbeeld:
- Ga ik door in mijn vakgebied of wil ik switchen naar een ander vakgebied?
- Wil ik mij ontwikkelen tot specialist, generalist, onderzoeker of manager?
- Wil ik in Nederland blijven werken of wil ik naar het buitenland?
- Wil ik voor mijzelf beginnen?
- Bevalt de bedrijfscultuur mij, voel ik me thuis of moet ik mij in mijn dagelijks werk forceren?
Uw loopbaanontwikkeling in eigen hand nemen houdt daarnaast in dat u antwoord moet geven op de volgende vragen:
- Hoe leuk vind ik de verschillende taken/ opdrachten / projecten die ik moet doen
- Hoe goed ben ik in die verschillende taken/ opdrachten / projecten?
Als er teveel taken tussen zitten die u niet (meer) leuk vindt, is het tijd voor een ‘change’.
- welke kennis, vaardigheden en houding heb ik vandaag en morgen nodig, of wordt er van mij vereist?
- hoe stel ik vast welke lacune(s) ik heb in mijn kennis, kunde en houding?
- nu ik mijn lacune(s) heb vastgesteld, wat zijn mijn opties?
- nu ik mijn opties ken, hoe kom ik in actie?
Kennislacunes kunnen worden vastgesteld door zelfonderzoek en door gesprekken met je leidinggevenden. Door uzelf te ‘benchmarken’ met succesvolle (toekomstige) collega’s of relaties.
Ontwikkeling tot specialist of onderzoeker
Om succesvol te blijven is verdieping nodig. Gedacht kan worden aan een gerichte, in deeltijd te volgen post-graduate studie aan een universiteit of hogeschool. Bachelors kunnen op deze wijze een master degree halen. Op deelvakgebieden kan de kennis verdiept worden met specialistische PAO cursussen. Meer wetenschappelijk georiënteerde werknemers kunnen een promotietraject ingaan. Ook dit kan steeds meer duaal. Gelukkig is de tijd voorbij dat een managementrichting betere carrièreperspectieven bood dan specialisatie tot expert.
Voor specialisten en onderzoekers is het wel belangrijk de overige competenties en vaardigheden, alsmede de aanpalende vakgebieden niet uit het oog te verliezen. Immers, is de niche waar u zich nu in specialiseert over 10 jaar ook nog interessant? Voeling houden met de omringende vakgebieden is dus noodzakelijk. Zijn er andere vakgebieden waar ik met mijn specialistische kennis aan het werk zou kunnen? Specialiseren en verdiepen terwijl tegelijkertijd de omgeving wordt gescand naar kansen en bedreigingen. Daarmee kunnen opties opengehouden worden. Ook moeten specialisten aan hun communicatieve vaardigheden werken.
De generalist en manager in wording
Een generalist of manager overziet zijn of haar vakgebied goed, begrijpt wat zich hierbinnen afspeelt, en is zich bewust van de raakvlakken met andere vakgebieden. De politieke dimensie kan hier een rol gaan spelen. Kennis van projectmanagement, peoplemanagement, marketing, en bedrijfseconomische principes worden belangrijker.
Voor deze functies zijn vaak andere competenties en vaardigheden nodig. Deze kennis is te krijgen bij de post-hbo en postgraduate opleidingen in de clusters management respectievelijk financieel-economisch. Deze deeltijdopleidingen nemen vaak een tot twee jaar in beslag en worden afgesloten met een examen en een erkend diploma of (deel) certificaat. Het volgen van meerdere kortere cursussen is ook een optie, zie de vaardigheidstrainingen voor ingenieurs zoals die door PATO worden georganiseerd (http://www.pato.nl/). Deze kortere intensieve trajecten zijn gericht op communicatie, projectmanagement, onderhandelen, et cetera. Verder is het nodig om bewust aan een netwerk te werken. Deelname aan lezing- en discussieavonden van beroepsverenigingen kan nuttig zijn. Zo organiseert KIVI NIRIA jaarlijks meer dan 600 bijeenkomsten voor technici (zie http://www.kiviniria.nl/). Deze bijeenkomsten variëren van een excursie tot een toonaangevend congres.
De kwetsbare senior professional 45+
Hoe anders is de situatie bij de oudere professional, die tijdens de laatste steile neergang van de arbeidsmarkt zijn of haar vaste baan is kwijtgeraakt of bemerkt op een doodlopend carrièrepad te zijn beland. In de huidige krappe arbeidsmarkt is er weliswaar voldoende werk te vinden, maar dit leidt niet vaak tot een nieuw vast dienstverband. De bloeiende detacheringbranche waar op contractbasis wordt gewerkt, is hier dominant.
Hoewel ervaren, krijgt hij of zij bij sollicitaties naar vast werk vaak te horen dat hij of zij niet goed in het (jonge) team past, of dat zijn of haar specifieke kennis niet aansluit bij de functie. Instellingen zijn bang dat oudere professionals minder flexibel zijn, minder snel nieuwe kennis tot zich kunnen nemen, of leven in de veronderstelling dat ze te duur zijn. Een belangrijk argument om geen oudere professionals aan te nemen heeft betrekking op de hoge pensioenlasten, gebaseerd op eindloon- en prépensioenregelingen. Dit argument is niet langer valide aangezien instellingen massaal zijn overgestapt op middelloonregelingen waarbij het arbeidsverleden geen rol meer speelt.
De valkuil van ‘het goed zijn’
Sommige professionals zijn in de valkuil van het ‘goed in iets zijn’ gestapt. Als gewaardeerd specialist leveren zij jaar na jaar een goede prestatie om vervolgens bij een outsourcingoperatie hun baan kwijt te raken. Doordat zij onvoldoende aandacht hebben geschonken aan een bredere ontwikkeling van hun competenties en vaardigheden hebben zij zichzelf erg kwetsbaar gemaakt op de arbeidsmarkt. Als er bovendien weinig aandacht is geweest voor de ontwikkeling van een professioneel netwerk dan vergroot dit de mogelijkheden voor het vinden van ander werk niet echt. Hun employability is aan erosie onderhevig geweest. De zekerheid van vroeger keert niet meer terug. Veel professionals in deze situatie beginnen voor zichzelf als consultant, adviseur of adviesbureau. Het succesvol opereren als zelfstandig ondernemer vraagt wel om een compleet andere set van vaardigheden. Naast de vakkennis die vaak wel aanwezig is, moet er verkocht worden. Er moet een netwerk van relaties worden opgebouwd. Marketing en boekhouding wordt belangrijk. Ofwel, er moet ondernomen worden!
Om de nog werkloze oudere professional een kans te geven is daarnaast een omschakeling nodig bij het bedrijfsleven en de overheid in het denken over oudere professionals. Het eenzijdige denken in kosten moet worden vervangen door het denken in opbrengsten.
Alleen door een goede employability en een andere houding van de werkgevers kan inhoud worden gegeven aan het streven om langer te blijven werken. Permanente educatie van de professional speelt hierin een beslissende rol.
